Eten in de oude stad van Jávea

De oude stad van Jávea

Jávea bestaat uit drie delen die nauwelijks op elkaar lijken: het Arenal met zijn boulevard, de haven met de visafslag, en het oude centrum landinwaarts. De meeste bezoekers komen niet verder dan het eerste. Dat is jammer, want twee kilometer verderop ligt het deel waar de inwoners zelf boodschappen doen en uit eten gaan.

Waarom het centrum landinwaarts ligt

Dat is geen toeval. Eeuwenlang was de kust onveilig door piraterij, dus bouwden de bewoners hun dorp op afstand van zee. De kerk van Sant Bartomeu ziet er daardoor uit als een vesting — dat is ze ook geweest. Rondom liggen straten van zandsteen, overwelfde doorgangen en de markthal waar nog dagelijks gehandeld wordt.

Waar je eet

Volta i Volta

Aan de Carrer Santa Teresa, in een oud woonhuis van twee verdiepingen waarvan de oorspronkelijke details bewaard zijn gebleven. Volta i Volta staat in zowel de Michelingids als de Guía Repsol en wordt door bezoekers uitgesproken goed beoordeeld. De keuken is mediterraan en volgt het seizoen: aubergine met tonyina de sorra, zonnevis uit de pan, gevulde kwartel. Er is een uitgebreid lunchmenu. Dinsdag gesloten, en reserveren is verstandig — de zaak is klein.

Chola Gastro

Vlak bij het gemeentehuis zit Chola Gastro, dat iets doet wat je in de oude stad verder nergens vindt: fusion met Latijns-Amerika als vertrekpunt. Peruaanse ceviche, Japanse mochi, Mexicaanse taco's. Ook aanbevolen door de Guía Repsol.

Temblor

Aan de Carrer Major, in een smal pandje met het merendeel van de tafels buiten op straat. Temblor is Venezolaans van oorsprong en mengt Latijns-Amerikaans met Aziatisch en mediterraan, in deelgerechten. Binnen passen twee of drie tafeltjes, dus zonder reservering kom je er op een zomeravond niet in.

Wat het anders maakt

Drie dingen vallen op als je van het Arenal naar boven rijdt. Het is stiller, ook in augustus. De prijzen liggen lager voor vergelijkbare kwaliteit, omdat je niet voor het uitzicht betaalt. En het publiek is gemengder: je zit tussen de bewoners in plaats van tussen de badgasten.

Daar staat tegenover dat je zee niet ziet en dat je met de auto moet, of een stevige wandeling maakt. In de zomer is parkeren rond het centrum bovendien niet vanzelfsprekend — kom vroeg, of zet de auto bij de markthal.

Er omheen

Maak er een avond van. De markthal en de kerk zijn overdag te bezichtigen, en rond het kerkplein zitten wijnbars en kleine winkels. Wie liever aan zee eet, vindt in onze gids voor Jávea ook de adressen aan de haven en het Arenal.